Groepsdynamiek op de Syl

Wij geloven dat een prettige omgang met elkaar noodzakelijk is om jezelf te kunnen ontwikkelen. Daarom werken we op de Syl met groepsdynamisch onderwijs. Groepsdynamisch onderwijs maakt van de groep een leer-kracht. De leerkracht en de groep vormen samen een hecht team om het persoonlijk leren voor ieder kind te versterken. De hoekstenen van onze school zijn: rechtvaardig met elkaar omgaan, ieder kind hoort erbij en een prettige omgang met rijk speelgedrag. Hoe we deze hoekstenen in de praktijk brengen leest u in de volgende blokjes.

Ruzies lossen we samen op

We leren kinderen hun conflicten effectief oplossen door middel van een driehoeksgesprek. De kinderen die een conflict hebben staan daarbij samen met de leerkracht in een driehoeksvorm en oogcontact is erg belangrijk hierbij. De melder van het conflict begint het gesprek met de waarom-vraag. Zo kunnen we ruzies in openheid oplossen.

We gaan prettig met elkaar om

De sociokring helpt om prettig met elkaar om te gaan. In de sociokring praten we met elkaar over wat beter kan. Alle kinderen leren zo een bijdrage te leveren aan een betere omgang met elkaar. Om iedereen bij de sociokring te betrekken hebben we een verbeterdoosje, waar kinderen de hele week verbeterpunten in kunnen stoppen. Die punten schrijven we kort en positief op.

Samen een fijnere groep worden

Op het sociobord maken we groepsdynamiek zichtbaar en tastbaar voor kinderen. Op het sociobord hangen magneetjes, met daarop de naam van ieder kind. Die magneetjes mogen de kinderen zelf verschuiven: wie speelt er met wie of waar is het even minder gezellig? Wanneer dat nodig is, bespreken we het sociobord samen in de kring.

Leren samenwerken

In de groep wordt gewerkt met tafelgroepen. Elk kind binnen de groep vervult een rol. Er zijn vier groepsrollen: de kapitein, de kennis-chef, de materialenchef en de OK-chef. Ieder kind leert elke rol. Eens in de 2 weken worden de groepjes veranderd. Op deze manier leren kinderen van elkaar en leren ze samenwerken.

We geven onze grenzen aan

Bij een prettige omgang hoort ook dat je kunt aangeven wanneer je iets niet prettig vindt. We leren kinderen hardop tegen de ander te zeggen ‘Ik vind dit niet prettig, stop daarmee’, en te stoppen wanneer iemand het niet leuk vindt. Zo leren kinderen hun grenzen aangeven en worden ze weerbaarder.

OK-thermometer

Iedere maand vullen alle leerlingen van onze school een OK-thermometer in. Met thermometers geven ze op verschillende punten aan wat goed gaat en wat niet goed gaat in de groep en op school. Wanneer er aanleiding voor is, bespreekt de leerkracht de OK-thermometer met een leerling. Twee keer per jaar vullen ook ouders de thermometer in. Zo houden we de vinger aan de pols van het welbevinden van ieder kind.